Op een basisschool in Zutphen komt big tech er niet in

Dit artikel verscheen op 10 februari in de Volkskrant
Uit de pen van Miluska van Rompu

Juf Laura met leerlingen van de bigtechvrije basisschool Auryn in Zutphen.
Foto: Pauline Niks

De Europese afhankelijkheid van big tech begint op de basisschool, waar kinderen Amerikaanse technologie met de paplepel krijgen ingegoten. Scholen willen wel anders, maar zitten klem. Op een kleine, eigengereide basisschool in Zutphen lukt het wel.

Aan de voet van de eik twee zwanen, in de verte ijzige bergtoppen. Daarboven, in de takken, een stad op wolken. En vlak voor de zon – hoekan het anders – vliegt Icarus. Nee, deze vrije school ontbeert niets zonder digibord, lijkt de dromerige krijttekening te zeggen.

Op het andere uiteinde van het ouderwetse schoolbord schrijft juf Laura de zin op die ze de kinderen uit groep 5 zojuist dicteerde: ‘In de dierentuin leunt een klein meisje over de houten omheining.’ Ze trekt een rode streep onder ‘dierentuin’ – want ja, goed gezegd, dat is inderdaad een zelfstandig naamwoord.

In het klaslokaal is geen scherm te bekennen. En niet alleen dat: basisschool Auryn in Zutphen ‘blijft consistent uit de klauwen van big tech’, aldus de eigengereide klusjesman c.q. ICT’er van de school, Ronald van Overbeeke. Daar zorgt hij hoogstpersoonlijk voor, met een eigen mailserver, een op open source draaiend besturingssysteem op de weinige schoolcomputers en een zelfgemaakt leerlingvolgsysteem in aanbouw.

Waarom? ‘Privacy is één ding. Als je dingen op andermans computer zet, in de cloud, kan diegene daarbij. Dat moet je niet willen met Amerikaanse techbedrijven.’ Maar belangrijker nog, zegt hij: ‘Ik wil niet bijdragen aan de maatschappelijke afhankelijkheid van die bedrijven.’

Voor veel Nederlanders mag een lokaal zonder beeldschermen niet anders klinken dan hun eigen basisschooltijd, anno 2026 neemt technologie op lagere scholen een centrale rol in. Er zijn digiborden, gedeelde tablets, leerlingvolgsystemen en er staan opdrachten in de cloud. Op de middelbare school is technologie nog prominenter aanwezig: kinderen hebben daar vaak een eigen laptop of tablet.

Zo kunnen docenten makkelijk van stof wisselen, filmpjes laten zien, lesmateriaal op het kind aanpassen, hun voortgang bekijken en ondertussen de digitale geletterdheid van kinderen opkrikken.

Kritische ouders en onderwijzers zien een keerzijde: de technologie komt bijna per definitie van big tech. De kantooromgeving van Microsoft, Office 365, werd in 2021 door 79 procent van de basisscholen en 83 procent van de middelbare scholen gebruikt. Voor Google Workspace was dat respectievelijk 45 en 32 procent. Wat de hardware betreft was Google’s Chromebook het populairst (60 procent), gevolgd door Apple’s iPad (25 procent) en computers die draaien op Microsoft Windows (15 procent).

Zo wordt het gebruik van hun naadloze software kinderen met de paplepel ingegoten. En wie wil er dan nog anders? Zeker als alternatieven minder gebruiksvriendelijk zijn.

Foto: Pauline Niks

79 procent van de basisscholen en 83 procent van de middelbare scholen gebruikt het Office 365-pakket van Microsoft,

Sinds de herverkiezing van Donald Trump als president van de VS, eind 2024, groeit het bewustzijn in Europa over de grote afhankelijkheid van Amerikaanse techbedrijven. Overheden, universiteiten, media, ziekenhuizen, banken, transportbedrijven – vrijwel de hele samenleving drijft op hun diensten.

Die afhankelijkheid van ‘een techgigant die de boel zomaar uit kan zetten’ begint op de basisschool, stelt netwerkontwerper Geert­Jan Meewisse, waar veel kinderen in groep drie een eigen Google­ of Microsoft­account krijgen. Hij is oprichter van de Coalitie Eerlijk Digitaal Onderwijs (Cedo). Dat is een groep van bezorgde ouders, IT’ers, docenten en privacyvoorvechters die scholen begeleiden op hun pad weg van big tech. Onafhankelijker worden, vindt hij, begint dus óók op de basisschool – zoals een rookvrije generatie begint met rookvrije schoolpleinen.

Naast de vrees voor een onbetrouwbaar Amerikaans techinfuus, ziet hij ook inhoudelijke bezwaren tegen de overheersing van Google en Microsoft in het onderwijs: de leerstof en methoden worden in steeds grotere mate bepaald door welke modules er binnen hun digitale omgeving beschikbaar zijn. ‘Niet alleen de Europese soevereiniteit, maar ook de soevereiniteit van het onderwijs komt daarmee in het geding.’

Met zijn coalitie helpt Meewisse scholen los te komen van big tech. Bijvoorbeeld door ze kennis te laten maken met Europese clouddiensten. Maar de overgang naar lokale techaanbieders vergt een boel wilskracht.

Alternatieven voor big tech bieden vaak maar een deel van de benodigde technologie, waar bedrijven als Microsoft zowel de computers als het besturingssysteem, een mailomgeving, tekstverwerker, spreadsheets en kunstmatige intelligentie aanbieden – onderdelen die ook nog eens naadloos met elkaar verbonden zijn. Dat scheelt docenten tijd.

Bovendien kunnen bedrijven flink stunten met de prijzen van dat totaalpakket: scholen die Word afnemen, krijgen de andere diensten er vaak gratis bij. Toen scholen nog niets van technologie moesten hebben, werden die pakketten soms zelfs helemaal gratis aangeboden. Voor een schoolbestuur dat krap bij kas zit, is de keuze dan snel gemaakt. Zeker tijdens de coronapandemie, toen de digitalisering van het onderwijs vooral snel moest gebeuren.

Zo’n vijftien jaar na de eerste pogin­gen van big tech om het onderwijs teveroveren, zijn de meeste scholen in hun dagelijks functione­ren afhankelijk van een Amerikaans techbedrijf – en worden de prijzen langzaam opgeschroefd. Weggaan wordt tegelijker­tijd steeds lastiger, omdat allerlei educatieve functies zijn ontworpen voor gebruik binnen een Microsoft­ of Google­ ecosysteem.

Ook zijn IT’ers vaak opgeleid voor het onderhouden van die specifieke omgeving. Om specialisaties te bevorderen, delen bedrijven eigen certificaten en zelfs prijzen uit aan hun ambassadeurs. Een organisatie die van digitaal ecosysteem wil wisselen, moet daarom vaak eerst het personeel vervangen of omscholen.

In de klassen van basisschool Auryn in Zutphen zijn geen digiborden of tablets te vinden.
Foto: Pauline Niks

Hoe lukt het Auryn wel om bigtechvrij te zijn? De school werd drie jaar geleden opgericht met het idee zo dicht mogelijk bij de antroposofische leer van Rudolf Steiner te blijven – andere vrije scholen in Nederland liggen daar al te ver vandaan, vond de Duitse oprichter. ‘We zijn een eenpitter’, zegt Van Overbeeke. ‘We zijn niet eens lid van de Vereniging van vrijescholen. Daardoor zijn we flexibeler, kunnen we makke­lijker dit soort beslissingen nemen.’

Maar het ICT­project drijft toch vooral op de idealen van Van Overbeeke. De gepensioneerde boer en computeraar van het eerste uur is getrouwd met de oprichter van de school en regelt op een contract van een paar uur per week allerlei prak­tische zaken, waaronder dus de ICT.

Dat daar geen big tech aan te pas komt, is niet eens beleid, zegt hij. ‘Docenten zijn er niet mee bezig. Als ik er morgen niet meer ben, is de kans groot dat men hier uit gemak overstapt op Microsoft.’

Van Overbeeke laat zelfs een eigen leerlingvolgsysteem ont­wikkelen, als alternatief voor het Nederlandse Parnassys. Zijn versie moet open source worden, wat betekent dat de code voor iedereen gratis toegankelijk is. De Indiase programmeurs betaalt de techpurist uit eigen zak.

Foto: Pauline Niks

Het stempel van vermoedelijk enige bigtechloze school van Nederland is dus vooral te danken aan zijn persoonlijke affini­teit met het onderwerp. Dat ziet Cedo-oprichter Meewisse vaker: ‘Op een andere school werden de stappen om los te komen van big tech teruggedraaid toen er een nieuw bestuur aantrad. Zij hadden hier niks mee.’

Wil het onderwijs echt loskomen van Google en Microsoft, dan hebben pioniers als Van Overbeeke hulp van hogerhand nodig, stelt Meewisse. Hij kijkt met goedkeuring naar Denemarken, waar het ministerie van Digitalisering onlangs besloot om Microsoft te verruilen voor besturingssysteem Linux en kantoorsoftware van LibreOffice – beide open source.

De gemeenten Aarhus en Kopenhagen volgden dat voorbeeld, waardoor ook de scholen in die regio’s (die in Denemarken onder het gemeentebestuur vallen) hun tech moeten ontdoen van Amerikaanse software.

Natuurlijk, erkent Meewisse: in Nederland hebben scholen veel meer vrijheid. Maar, zegt hij: ‘Het zou veel uitmaken als bijvoorbeeld Kennisnet (belast met de overheidstaak om scholen te informeren op het gebied van ICT, red.) Europese alternatieven aanraadt.’

Ook bij Kennisnet wordt de urgentie van digitale onafhankelijkheid gevoeld, zegt Remco Pijpers, specialist digitale geletterdheid en ethiek van de stichting. ‘Leerlingen onderwijzen zit ’m niet alleen in de stof die je aanbiedt, maar ook in de manier waarop je dat doet. Als je kinderen leert zoeken via Google of leert programmeren met Gemini, dan straal je uit: dit is wat onze voorkeur heeft.’

Om een ander signaal af te geven, kunnen scholen met simpele dingen beginnen, zegt Pijpers. ‘Bijvoorbeeld door het Google Search-alternatief DuckDuckGo te gebruiken. En daarbij aan de leerlingen vertellen waarom je die keuze maakt. Dat is leerzaam en dan krijg je mensen ook makkelijker mee.’

Op de website publiceert Kennisnet geregeld kritische artikelen over de macht van big tech in het onderwijs. Maar een stappenplan voor digitale onafhankelijkheid publiceren, zoals Meewisse graag zou zien, is nog niet aan de orde. ‘Enerzijds omdat de behoefte van scholen daar nog niet altijd ligt en anderzijds omdat we nog onderzoeken hoe zoiets eruit zou moeten zien.’

De moeilijkheid daarbij, zegt hij: ‘Je kunt als overheidsgefinancierde stichting niet voorschrijven welke digitalespullen scholen moeten inkopen of marktpartijen aanbevelen. Maar we kunnen scholen wel helpen door aan Europese bedrijven te communiceren wat die scholen nodig hebben en wat er qua technologie in het onderwijs wel en niet mag.’

Om de positie van scholen ten aanzien van techbedrijven te versterken, werd in 2017 Sivon opgericht: een coöperatie waarvan ondertussen 476 scholen lid zijn, die 70 procent van de Nederlandse leerlingen vertegenwoordigen. Het gezelschap dwong onder meer af dat Google de privacy van leerlingen beter waarborgt.

Dit jaar begint Sivon met geld van het ministerie op een aantal scholen een pilot met het Duitse Nextcloud. Die software vervangt Google Drive en Microsoft OneDrive, waarin gebruikers samen aan documenten kunnen werken. Op universiteiten en hogescholen loopt dat experiment al een jaar en wordt het uitgebreid.

Het grote voordeel van Nextcloud is dat de broncode van de software, in tegenstelling tot die van bigtechbedrijven, voor iedereen gratis beschikbaar is. Daardoor kunnen klanten, als ze de samenwerking met een aanbieder willen stoppen, de software meenemen.

Maar big tech levert meer dan software alleen – denk alleen al aan de datacenters waarin al die gedeelde bestanden worden opgeslagen. Bas Roset, ICT-adviseur bij Sivon, is daarom op zoek naar bedrijven die de computers onderhouden waar software als Nextcloud op kan draaien en die zorgen dat de technologie werkt en veilig is.

Daarvan zijn er nog te weinig, zegt hij. ‘De partijen die opensourcesoftware aanbieden, richten zich niet op onderwijs en de partijen die zich richten op onderwijs bieden Microsoft en Google aan. Daarom zijn wij bij al die Europese bedrijven aan het lobbyen om zich op onderwijs én op opensourcesoftware te richten.’ Dat gaat moeizaam, zegt Roset, want er zijn nog maar weinig scholen die de sprong willen wagen. Daarom lobbyt hij ook aan de andere kant, bij schoolbesturen.

Ronald van Overbeeke ICT’er van de Aurynschool
Foto: Pauline Niks

Ik wil niet bijdragen aan de maatschappelijke afhankeijkheid van die bedrijven.

Snel zal die kentering er niet komen, vreest Cedo-oprichter Meewisse. En dus neemt hij binnenkort zelf de Chromebooks van een grote scholengroep onder handen. Hij installeert daarop het opensourcebesturingssysteem Linux, als alternatief voor Chrome OS. En gebruiksvriendelijk of niet, ook Van Overbeeke gaat stug door, in zijn techenclave. ‘Principes zijn altijd onhandig. Als je biologisch wilt eten, moet je ook omfietsen.’

Download hier het artikel als pdf.